Meer mensen dan wij beseffen hebben moeite met eten. Met teveel eten of niet willen/kunnen eten. Een eetstoornis heeft veel, zo niet alles, te maken met pijn. Soms weet je niet eens dat je pijn hebt omdat je de pijn en wonden hebt bedolven onder eten en is (over) eten een automatisme geworden. Of je eet niet of je kunt niet eten omdat je daarmee (onbewust) grip houdt op je pijn en jezelf en op die manier dus ook op het leven. Je overlevingsstrategie is een gewoonte geworden en hoort volledig mij jouw leven. 
Het is belangrijk dat je je eetstoornis gaat zien als iets dat niet bij jou hoort, ook al voelt dat wel zo. De eetstoornis is een middel geworden om te overleven.


Om geen pijn meer te voelen. Om niet te hoeven nadenken, om de ‘oorlog’ in je hoofd te stoppen, al is het maar voor even. De eetstoornis heeft ook te maken met het proces van eten of juist niet eten. Het moment van eten is een handeling dat je even helpt, maar daarna voel je je akelig, vies, misselijk en vul maar in. Eten is iets geworden dat je leven volledig heeft verstoord en je belemmert om in vrede te leven met jezelf.